Kennis · Inhuur in het onderwijs
Wtta, NAU en Wet DBA: wat betekent dit voor het onderwijs?
Een leerkracht valt uit en er is een vervanger nodig. Je zoekt iemand die bij de groep past en maakt afspraken over de inzet. Daarbij krijg je ook te maken met regels voor het bureau en voor werken als zelfstandige. Dit moet je weten.
Wat betekenen die afkortingen?
- Wtta De wet voor het uitlenen van personeel
- De Wet toelating terbeschikkingstelling van arbeidskrachten brengt een toelatingsplicht voor uitleners en verplichtingen voor inleners. Ook onderwijsorganisaties kunnen hiermee te maken krijgen.
- NAU De organisatie die de toelating beoordeelt
- De Nederlandse Autoriteit Uitleenmarkt voert het toelatingsstelsel uit en houdt het openbare register bij. De NAU is dus een overheidsorganisatie.
- Wet DBA De beoordeling van de arbeidsrelatie
- Bij de Wet deregulering beoordeling arbeidsrelaties gaat het om de vraag of iemand werkelijk als zelfstandige werkt of in loondienst. Opdrachtgever en opdrachtnemer moeten dat samen beoordelen.
Meer uitleg: NAU over de Wtta en Belastingdienst over arbeidsrelaties.
Wanneer krijgt een school ermee te maken?
Huurt een school via een bureau iemand in, tegen betaling, en bepaalt de school hoe het werk wordt gedaan? Dan kan de Wtta gelden. Ook als het bureau dit detachering noemt. Kijk naar de samenwerking in de praktijk. Er zijn uitzonderingen, dus laat bij twijfel uitzoeken welke regels voor jullie gelden.
Bron: voor wie de Wtta geldt en verantwoordelijkheden van inleners.
Welke datums zijn belangrijk?
De invoering verloopt in stappen. Voor een bureau dat personeel uitleent begint de voorbereiding al in 2026.
- 1 november – 31 december 2026
Aanmeldperiode voor de overgangsregeling voor bestaande uitleners.
- 1 januari 2027
De Wtta treedt in werking. Het overgangsjaar begint.
- 1 mei – 30 juni 2027
Aanvraagperiode voor uitleners die gebruikmaken van de overgangsregeling.
- Vanaf 1 juli 2027
Het openbare NAU-register is naar verwachting beschikbaar voor controle door inleners.
- 1 januari 2028
De Nederlandse Arbeidsinspectie start de handhaving van de toelatingsplicht, bij uitleners én inleners.
Bronnen: de officiële tijdlijn en voorwaarden van de overgangsregeling.
Wat betekent de overgangsregeling?
De regeling geeft bestaande bureaus tijd om de toelating te regelen. Je moet je op tijd aanmelden, in 2027 de aanvraag en gegevens indienen en blijven voldoen aan de eisen. Dan kun je personeel blijven uitlenen terwijl de NAU je aanvraag beoordeelt.
Heeft je bureau op 30 juni 2027 een SNA-keurmerk? Dan kan de eerste aanvraag eenvoudiger zijn. De overige voorwaarden blijven gelden. De NAU adviseert ook deze bureaus om zich in 2026 aan te melden.
Voor besturen en scholen
Weet via wie iemand op school werkt
Ook als school of bestuur krijg je verplichtingen. Leg vóór de start vast via welk bureau iemand bij jullie werkt. Zijn er meerdere bureaus betrokken? Zorg dan dat je ook weet bij welk bureau de medewerker in dienst is. Geef als inlenende organisatie daarnaast de arbeidsvoorwaarden door aan het bureau.
Bron: wat de Wtta van inleners vraagt.
Dit kun je als bestuur alvast regelen:
- Breng de bureaus, contractpartijen en lopende inzet per school in kaart.
- Spreek af wie de status van een uitlener controleert en wijzigingen volgt.
- Bewaar de uitkomst en datum van de controle bij de afspraken over de inzet.
- Leg vast wie een onduidelijke of gewijzigde status uitzoekt voordat nieuwe inzet wordt afgesproken.
Vanaf 2028 moet een bureau dat onder de toelatingsplicht valt een toelating of ontheffing hebben, of onder de overgangsregeling vallen. Sommige uitleners vallen buiten die plicht. Zij hoeven niet in het register te staan. Vind je een bureau niet terug? Zoek dan eerst uit wat er aan de hand is.
Voor onderwijsbureaus
Bereid de toelating op tijd voor
Begin bij de manier waarop je werkt. Leen je zelf personeel uit, leen je door of breng je alleen partijen met elkaar in contact? Laat vaststellen welke verplichtingen op jouw bureau van toepassing zijn.
Valt je bureau onder het stelsel, maak dan een planning voor de aanvraag en de benodigde stukken. Wijs iemand aan die de voorbereiding en berichten van de NAU volgt. Voor de digitale procedures zijn eHerkenning niveau 3 en een Berichtenbox voor Bedrijven nodig. Controleer ook of die bij de juiste onderneming horen.
Bron: digitale voorbereiding volgens de NAU.
Maak richting scholen duidelijk welke onderneming personeel uitleent en hoe je hen over de voorbereiding informeert. Dat geeft een bestuur concrete informatie voor het eigen inhuurbeleid.
Bij zzp-inhuur telt de dagelijkse praktijk
Werkt iemand echt als zelfstandige? Daarvoor kijk je naar de hele samenwerking. Wie bepaalt de werktijden? Wie geeft instructies? Hoe draait iemand mee in de organisatie? En welk risico loopt diegene als ondernemer?
Voor een school betekent dit bijvoorbeeld: kijk naar de feitelijke afspraken over het rooster, instructies en de plaats in het team. Eén kenmerk beslist de uitkomst niet. Ook de overige omstandigheden en het ondernemerschap wegen mee.
Deze voorbeelden voor scholen zijn gebaseerd op het afwegingskader van de Belastingdienst.
Een modelovereenkomst verandert de feitelijke werksituatie niet. Als een opdracht in loondienst wordt uitgevoerd, maakt een zzp-contract daar geen zelfstandige opdracht van.
Bron: wanneer een modelovereenkomst gebruikt kan worden.
De handhaving is al hervat
Sinds 1 januari 2025 kan de Belastingdienst bij schijnzelfstandigheid weer direct correcties en naheffingen van loonheffingen opleggen. Vanaf 2026 zijn ook vergrijpboetes mogelijk: boetes bij opzet of grove schuld. In 2026 worden nog geen verzuimboetes opgelegd. Kijk dus nu al naar de afspraken met zzp’ers en wacht daarmee niet op de Wtta.
Bronnen: handhaving door de Belastingdienst en uitleg over boetes.
Bespreek de werksituatie vóór de start. Kijk er opnieuw naar als een korte opdracht wordt verlengd of de afspraken veranderen. Een toelating van het bureau zegt op zichzelf niet of een leerkracht als zelfstandige kan werken.
Dit artikel geeft algemene informatie, met bronnen gecontroleerd op 22 september 2026. De beoordeling van een concrete samenwerking vraagt om de bijbehorende feiten en afspraken.